Algemeen

De Oudduitse Herder is een mooie, krachtige hond met een uitstraling van intelligentie en schoonheid. Ondanks de grootte is zijn gang moeiteloos en trots. De Oudduitse herder is goed in verhoudingen gebouwd tot een harmonieus geheel.

Het is een middelgrote hond met een zachtaardig en evenwichtig karakter, een rechte rug en Langstokhaar. Er zijn vele kleur variëteiten: Zwart-bruin, Geel-bruin, Zwart en Wolfsgrauw komen het meeste voor. De Oudduitse herder stamt van oorsprong af van de Duitse Herder Langstokhaar.

De Oudduitse Herder is krachtig, goed gespierd en licht gestrekt. De vacht is lang. Reuen zullen tussen de 60 en 68 cm hoog zijn en teven mogen tussen de 55 en 63 cm hoog zijn.

De Oudduitse herder heeft een langharige dichte vacht van middel grof haar voorzien van een zachtere, wollige ondervacht. Hoofd, snuit, achterzijde van de oren en voorkant van de voor- en achterbenen zijn bedekt met glad kort haar. De nek is voorzien van echte ‘’manen‘’ die reiken tot de borst. De beharing is korter op het lichaam.

 

Gezondheid

Oudduitse herders kunnen last krijgen van onder andere elleboog-en heupdysplasie. Bij deze gewrichtsaandoeningen sluiten de gewrichtsonderdelen niet goed op elkaar aan, wat pijn en problemen met bewegen veroorzaakt. Dit is deels erfelijk, de ontwikkeling ervan wordt mede bepaald door voeding en belasting van de gewrichten. Het is belangrijk een jonge hond die nog niet uitgegroeid is niet te wild te laten spelen, teveel achter ballen aan te laten rennen of andere belastende activiteiten te laten doen. Geef uw hond een goede kwaliteit voeding zodat botten en spieren goed worden opgebouwd.

Omdat gewrichtsafwijkingen erfelijk kunnen zijn, is het van belang dat de beide ouderdieren deze niet hebben. De rasvereniging stelt het testen van de ouderdieren op deze ziekten verplicht. Het is dan ook verstandig om uw pup aan te schaffen bij een fokker die is aangesloten bij een rasvereniging. Zo verkleint u de kans op deze aandoeningen, die veel zorgen en hoge behandelkosten met zich mee kunnen nemen.

Soms kunnen Oudduitse herders op latere leeftijd last krijgen van Degereratieve Myelopathie (DM), een ziekte waarbij het ruggenmerg wordt aangetast en die tot verlamming leidt. De eerste verschijnselen zijn een wankelende gang doordat de hond controle over de achterpoten verliest. Het dier heeft hierbij geen pijn. Er is helaas geen behandeling mogelijk. Wel kan de ziekte voorkomen worden door de ouderdieren te laten testen op DM.

Zoals bij meer rassen komt ook bij de Oudduitse herder een aantal huidproblemen voor, waaronder atopie (een jeukende, allergische huidreactie) en Duitse herder Pyodermie. Deze laatste aandoening is waarschijnlijk deels erfelijk en komt alleen voor bij de Duitse herder en kruisingen hiervan voor. Hierdoor ontstaan spontane zweren, eerst op de rug en de achterpoten en later tot over het gehele lichaam.

Ook zijn Oudduitse herders gevoelig voor hot spot, een jeukende ontsteking van de huid die vooral bij honden met een dikke vacht voorkomt. Met name in de zomer kan de vacht (vooral na het zwemmen)  gaan broeien en daardoor de ontsteking veroorzaken.

Andere aandoeningen die af en toe kunnen voorkomen bij Oudduitse herdershonden zijn dwerggroei (genetisch uit te sluiten) en afwijkingen in het maag-darm kanaal.

Bron

 

error: Content is protected !!